Lezing van Nadia Kevan aan de Nederlandse Vereniging van Leraren in de Alexander Techniek (NeVLAT), Amsterdam, september 2005

Het psychofysieke support system ©

 

Ik zou deze lezing willen opdragen aan Walter Carrington, die slechts een paar weken geleden overleden is. Hij was mijn eerste leraar en ik kan steeds zijn handen op mijn rug voelen van de laatste sessie die ik met hem had, vlak voor hij overleed. Toen ik vorig jaar een zelfde lezing gaf op de Internationale Conferentie in Oxford (de 7e internationale conferentie voor AT-docenten, aug. 2004), droeg ik die op aan Chris Stevens, die in december 2003 was overleden. Hij was ook een leraar van mij, maar ook mijn partner, echtgenoot en zeventien jaar lang mijn geestelijke verwant. Chris en Walter hebben beide heel veel aan mijn psychofysieke ontwikkeling bijgedragen.

De docenten van mijn generatie (ik kwalificeerde in 1987) hebben de verantwoordelijkheid om de betekenis en creativiteit van Alexanders ontdekking op persoonlijke wijze over te brengen in gedachte, woord en daad; op zo’n manier dat het de principes van de Alexander Techniek dient en ons [psychofysieke] vermogen om deze principes in het dagelijks leven, in onze relaties en in ons werk te belichamen verdiept.

Deze avond wil ik jullie vertellen over een ontdekking en de toepassing daarvan, waarvan ik vol overtuigd ben dat die de principes van Alexander in alle aspecten ondersteunen. Het betreft de ontdekking van het Support System. Laten we zeggen dat Chris het brein was achter deze ontdekking en ik het zenuwstelsel. Chris was een wetenschapper en ik een kunstenaar. Chris deed al het harde, academisch werk en ik voelde, keek, associeerde, observeerde en vocaliseerde. Chris stelde enkele hardnekkige gewoontepatronen in Alexandercirkels aan de kaak en ik heb deze buitengewoon behulpzame bijdragen geïntegreerd in een omvattende Alexander opleiding.

Wat is het Support System?

Laten we terugkeren naar F.M. Alexander als ons startpunt.

Alexander was een praktisch en zorgzaam mens. Hij leerde zijn leerlingen hoe ze zorg konden dragen voor hun houdingsmechanismen (postural mechanisms). Goddard Binkley, een leerling van Alexander wiens dagboeken door vele leraren zijn gelezen, herinnert zich daarin dat Alexander hem tijdens een les het volgende zegt: ‘Je bent met je nek aan het doen wat je benen en voeten zouden moeten doen.’

Om te begrijpen wat Alexander bedoelde hoeven we slechts een simpele vraag te stellen: wat zouden onze benen en voeten moeten doen?

Zowel Walter als Chris beantwoordde deze vraag even eenvoudig: de benen en voeten hangen niet aan het torso. Ze ondersteunen ons met een stabiele en flexibele kracht, als we hun mechanismen maar niet belemmeren.

Om Alexanders raad te volgen en in ons handelen zorg te dragen voor onze houdingsmechanismen, dienen we zelfveroorzaakte belemmeringen in ons support system – de natuurlijke ondersteuning die ons rechtop houdt - weg te halen. De kern van het support werk, zoals wij het leren, is dat je je nek niet vrij kan maken en misschien wel niet vrij zou moeten maken als je onvoldoende ondersteund wordt door de aarde. De fysieke ondersteuning die je nodig hebt komt van het bewuste en zintuigelijke contact van je voeten met de aarde onder hen. Als je gewoonlijk stijfheid in voeten en benen hebt zal je moeite ervaren met het vasthouden van een dynamisch functionerende primaire controle (primary control) als je actief wordt, gaat bewegen, spreken, zingen, dansen, rennen, lopen of waar je als natuurlijk, creatief mens ook van houdt te doen. Dit is de kern van Chris’ benadering, en het verklaren van de fysiologie erachter was het doel van al zijn wetenschappelijke arbeid.

Chris was een persoon die zijn hele, te korte leven op zoek was naar de waarheid. Hij wilde het Alexanderwerk demystificeren. Hij hield er niet van als Alexanderdocenten hun leerlingen een schijn van magische krachten gaven. Het menselijk lichaam is het enige werkelijk natuurlijke gegeven dat ons rest in onze geïndustrialiseerde levens. Het leeft en gedijt volgens natuurlijke wetten. Onze houding en beweging is een expressie van de genialiteit van de natuur, die beschikbaar is dankzij de dynamiek van de menselijke ziel. En Chris wilde de fysiologische processen achter dat ene levendige aspect van onze natuur begrijpen en verklaren: hoe wij recht op onze twee (achter!)benen staan en niet voorover vallen als we beginnen te bewegen.

Chris maakte kennis met wetenschappelijk onderzoek naar de Alexander Techniek door het werk van Frank Pearce Jones. Hij besloot toen zelf te gaan experimenteren. Dat deed hij met enthousiaste hoogleraren fysiologie in Londen en Kopenhagen. Het onderzoek dat hem het meest verraste en bijdroeg aan zijn ontdekking van de significante rol van de benen en voeten in het functioneren van houdingsmechanismen was het ‘Postural Sway’ onderzoek.

Als we stilstaan beweegt of zwaait het menselijk lichaam altijd een beetje om de verticale as. Deze beweging staat bekend als ‘postural sway’ (lichaamszwaai). Des te vrijer de houdingsmechanismen functioneren, des te kleiner is die beweging. Chris en zijn collega’s deden honderden onderzoek en spalkten de nekken van mensen om te zien hoe een stijve nek de lichaamszwaai beïnvloedde. De grote verrassing lag in de observatie dat er geen verschil was. De personen met ‘stijve’ nekken zwaaiden niet meer om hun as dan diegenen zonder. Chris zag de mogelijkheid dat niet de nek, maar de toestand van de voeten, enkels, benen en heupen bepalend waren voor de lichaamszwaai. Dit zou betekenen dat onze voeten en benen cruciaal zijn in het beheersen van onze houding. Chris stelde dat deze ontdekking ‘het primaat van de nek in alle omstandigheden in twijfel trok.’ Hij voegde er toe dat hij ‘de resultaten van mijn onderzoek onder ogen moest zien.’

Op dat punt aangekomen raadpleegde Chris de literatuur. Hij zocht naar wetenschappelijk bewijs van houdingsreflexen in de voeten en benen. Hij herlas Use of the Self, sprak uitgebreid met Walter Carrington en herlas Walters boeken. Hij ontdekte bruikbaar materiaal in het werk van Magnus, Radamcher en vooral in het hoofdstuk van Sherrington over de support reflexen. Chris bezocht de neurofysioloog T.D.M. Roberts en liet ons tijdens onze opleiding in Denemarken een video zien waarin Roberts de support reflexen in honden aantoonde. Ik kan mij nog herinneren dat ik het been van de hond zag verstijven (de reflex) om hem te ondersteunen zodra zijn poot een vast oppervlakte aanraakte. Chris sprak over gunstige stijfheid: de soort stijfheid die we nodig hebben om rechtop te staan, tegenover de strakke stijfheid die vrije beweging belemmert.   

Chris verwijderde een hoop angst en sprookjes uit het Alexanderproces.

Tezelfdertijd begon ik steeds nauwkeuriger te zoeken naar materiaal over volkeren die altijd in natuurlijke omgevingen hebben geleefd: hoe zij gebruikt maakten van hun lichaam (use of self), hoe ze dansten en hun benen en voeten gebruikten. Een ding was overduidelijk: hun naakte voeten waren op een krachtige manier verbonden met de aarde en wanneer ze bewogen kon je een grote kracht zien opstijgen vanuit hun voeten naar de rest van hun bewegende lichaam. Het was alsof zij zelf niets hoefden te doen omdat de grond al het werk deed. Het was duidelijk dat deze mensen zich lieten ondersteunen door de aarde in alle aspecten van hun leven en dat dit psychofysieke proces een grote invloed had op hun balans en houding.

Chris had zijn eerste Alexanderles met Paul Collins, een professioneel hardloper. Ik herinner me dat Chris en Paul later samenwerkten en dat Paul vaak sprak over, en aantoonde dat een goed gebruik van de benen en voeten essentieel was voor rennen en lichamelijke activiteit in het algemeen.

Chris en ik waren allebei zeer actieve mensen. Mijn dansopleiding en –carrière hadden mijn benen vreselijk verstijfd en Chris, met zijn interesse in hardlopen, werd zich ook bewust van het mis-bruik van zijn benen en voeten. In mijn opleiding tot Alexanderdocent ondervond ik vaak grote last met het vrijlaten van mijn nek. Soms kwam mijn nek tijdelijk vrij als ik met een ervaren docent werkte, maar werd snel daarna weer stijf. Ik begreep niet wat ik verkeerd deed of waar ik de fout ongedaan zou kunnen maken. Ik wist dat ik een nerveus persoon was, maar waarin lag het verkeerde gebruik achter de verstoring in mijn nek? We begonnen ons te realiseren het verkeerde gebruik van onze benen en voeten een verstoring veroorzaakte in ons primaire controle en dat we interfereerden met ons support system – het deel van onze houdingsreflexen dat supportreflexen heet.

Inmiddels was Chris ervan overtuigd dat de supportreflexen van primair belang waren in het aansturen van houding en dat ze begonnen in de benen en voeten. Omdat we nog steeds in sommige opzichten viervoetige wezens zijn kunnen deze reflexen ook in de armen en handen gevonden worden. Als onze houdingsmechanismen zo verbonden zijn met onze ledematen, hoe is dit alles dan verbonden aan Alexanders grote ontdekking van de Primaire Controle en het gegeven dat we onze nek moeten hebben?

Er is een zin in The Use of the Self die Chris heeft geholpen de verbinding te zien tussen supportreflexen en primaire controle. Alexander beschrijft daarin dat hij de vrijheid van primaire controle in het spreken slechts kon vasthouden indien hij ‘de meest schadelijke invloed van mijn voeten en benen op zijn algemene gebruik [general use] kon inhiberen’.

Dit lezende, voelde Chris zich aangemoedigd verder te onderzoeken. De ondersteunende reflexen (supportreflexen) zijn reflexsturingen in de handen, armen, voeten en benen. Dit zijn reflexen van de wervelkolom en niet slechts een respons op de zwaartekracht. Sherrington beschrijft dat de supportreflexen het makkelijkst te verstoren zijn en dat ze makkelijk vermoeid raken. Dit was een belangrijke aanwijzing voor het belang van ons bewuste gebruik van onze ledematen.

Waarom verstijft de nek? Er zijn natuurlijk allerlei redenen, maar een van de meest duidelijke redenen is dat het voorkomt dat het hoofd valt en de grond raakt. Als het lichaam niet goed ondersteund wordt, dan zal de nek zich aan het hoofd vasthouden. Het is bekend dat de balans van het hoofd precair is en dat er niet veel voor nodig is om dit dynamische evenwicht te verstoren. Het lichaam zal eerder verstijven dan het hoofd in gevaar brengen omdat dit fataal zou kunnen zijn. Met andere woorden: liever een stijve nek dan je leven riskeren. En dat is de toestand waarin veel mensen verkeerd zijn geraakt. Ze zijn hun leven aan het redden met hun nekspieren. T.D.M. Roberts heeft deze houdingsmechanismen fraai beschreven: het zijn mechanismen die ‘een pijnlijke botsing van het hoofd met de planeet voorkomen’.

Mensen zijn emotionele wezen: we voelen vreugde en wanhoop, hoop en angst. Als we de aarde bewust toestaan om ons te ondersteunen, dan kan er een grote psychische verandering optreden. We beginnen te vertrouwen. Dit betekent dat we ons verzet tegen de zwaartekrachten dienen te inhiberen. Anders gezegd, we dienen onze angst om te vallen los te laten door onze voeten op de grond te laten rusten en volkomen op hun ondersteuning te vertrouwen. Support schept vertrouwen.

Het Duitse woord voor houding is ‘Haltung’. Veel mensen met wie ik gewerkt heb mogen deze term niet. Letterlijk vertaald luidt het ‘vasthouden’. Het herinnert mensen aan de spierinspanning om rechtop te blijven. Maar ik heb over het woord nagedacht en begrijp nu wat het kan betekenen. Het duidt niet op iemands wijze om zich vast te houden, maar op de wijze waarop iemand staande wordt gehouden, zoals in antwoord op de vraag ‘Wat houdt je staande?’ Als we inzien dat de aarde ons staande houdt, dan zijn we er bijna. De zwaartekracht trekt onze lichamen naar de aardkern, wat betekent dat we continu ‘omlaag’ bewegen. De vaste oppervlakte van de grond weerstaat deze beweging op het punt van contact, en van daar drukt een grote kracht zich in de tegengestelde richting. Dit is verbindingskracht of supportkracht. Als we staan begint het onder de voeten en beweegt opwaarts door het skelet en biedt zo een interne ondersteunende kracht aan het hoofd. Dit noemen we ‘up thrust’ (opwaartse duwkracht). Het is een vitaal onderdeel van de fysieke kracht achter datgene wat we ‘going up’ noemen.

Chris zei dat we onze middelen niet doelmatig moeten benaderen (‘not end gain on the means whereby’). Als we op een of andere manier onze ‘nek vrij, hoofd voorwaarts en omhoog’ doen, dan werken we de natuurlijk integratie van het hoofd met de wervelkolom tegen en verstoren we de support van het hoofd op ernstige wijze. Het werd onze leerlingen duidelijk dat wanneer zij hun hoofd lieten ondersteunen, de nek spontaan losliet. Dit vroeg om een bewust gebruik van benen en voeten om de verstoring in het support system te verwijderen. Veel op lichamelijk aandacht gerichte methodes wijzen op het belang van contact met de grond via de botten. Maar Chris opende onze ogen op radicale wijze: het is de opwaartse kracht door de botten heen die cruciaal is.

Het support system is redelijk eenvoudig. Ten eerste dien je jezelf de tijd te geven om de grond onder je voeten te voelen. Des te meer je jezelf toestaat dit te voelen, des te beter. Dit soort gevoel is essentieel voor bewuste aandacht. Het is niet het type gevoel dat Alexander beschouwde als onbetrouwbaar. Het is simpelweg in verbinding zijn met het ondersteuningsoppervlakte. Dan kun je de grond toestaan je te ondersteunen. Dit is een kwestie van bewust zijn en beslissen. Als het lichaam ondersteund wordt door de grond of een stoel – of waar het lichaam ook mee in contact is – dan noemen we dit outer support (uiterlijke ondersteuning). Als deze supportkracht het lichaam binnentreedt en omhoog beweegt door de botten dan noemen we dit inner support (innerlijke ondersteuning). Voor de inner support is het nodig om de voeten bewust de onderbenen te laten ondersteunen, de onderbenen de bovenbenen te laten ondersteunen, de bovenbenen het bekken te laten ondersteunen, het bekken het heiligbeen te laten ondersteunen, het heiligbeen de lumbale wervelkolom te laten ondersteunen, de lumbale wervelkolom de thoracale wervelkolom te laten ondersteunen, de thoracale wervelkolom de cervicale wervelkolom te laten ondersteunen en de gehele wervelkolom het hoofd te laten ondersteunen.

Op handen en voeten rustend kun je heel goed de support in de handen en de voeten activeren door ze als benen te gebruiken. De grond ondersteunt de handen, de handen de onderarmen, de onderarmen de bovenarmen, de bovenarmen de schouders en het bovenlijf wordt dan ondersteund door en komt los van de armen en schouders.

Ik herinner mij Walter Carrington horen zeggen dat wanneer we lesgeven en we onze handen op onze leerlingen houden, wij onze handen als voeten gebruiken; we worden vierbenig. Als we onze handen en voeten op deze manier gebruiken staan we het hele skelet toe het hoofd te ondersteunen. Zo hoeven de nekspieren het hoofd niet vast te houden. De nek kan vrijlaten en die spieren, die eerst bezig waren het hoofd omhoog te houden, komen vrij voor subtiele aanpassingen en bewegingen.

Een goed contact tussen de ondersteunende oppervlakte (surface of support) en de voeten en handen maakt dat het zachte weefsel tussen de botten zich strekt. Zenuwuiteinden in die gebieden worden gestimuleerd en er worden signalen naar het brein gestuurd om de mechanismen te activeren die voor en tijdens beweging het bovenlijf stabiliseren, zoals ook de diepe houdingsspieren (postural muscles). Beweging wordt mogelijk gemaakt door de vele verschillende bewegingsspieren in het lichaam. Als het lichaam geen goede ondersteuning krijgt, en als de diepe houdingsspieren niet geactiveerd worden door de natuurlijke reflexrespons op de zwaartekracht, dan gaan de bewegingsspieren werken om het lichaam niet te laten vallen. In een gevaarlijke situatie kan dit erg behulpzaam zijn, maar als aanhoudende gewoonte is het de oorzaak van veel problemen en zeer schadelijk voor onze gezondheid. Als onze zogeheten bewegingsspieren zeer actief zijn in het voorkomen dat we voorover vallen en ze samentrekken en verstijven, dan zullen we niet in staat zijn te rusten op het aardoppervlakte en ondersteuning te ontvangen, laat staan vrij te bewegen. In dat geval kan de neergaande spiraal alleen maar dieper gaan.

Chris’ zijn achtergrond in natuurkunde en mijn interesse in de kunsten en antropologie stelde on s in staat enkele belangrijke verbindingen te zien tussen objectieve processen en subjectieve ervaringen. We ontwikkelden procedures om de inhibitie van verstoringen, die wij begonnen waar te nemen, aan te moedigen. Dit proces vraagt om heldere, exacte en doorgaande studie. “Op een beurt wachten” speelt geen rol meer op mijn opleiding. De student leert aan zichzelf te werken. Dit is enorm nuttig gebleken. De studenten leren inner support en outer support te oefenen, geven deze nieuwe inhiberende directions terwijl zij geheel en gedeeltelijk op hun rug liggen, op hun buik liggend, kruipend, staand, zittend, lopend, rennend, in monkey positie, tijdens hands on en, natuurlijk, in allerlei creatieve activiteiten zoals acteren, zingen en dansen.  

Chris en ik waren allebei heel spintaan. Ware spontaniteit is onderdeel van keuzevrijheid, maar we kunnen het beter begrijpen in relatie tot inhibitie. Chris verklaarde dat inhibitie niet het stilstaan als een standbeeld is, maar het toestaan van mentale tijd voor je reageert. Het werk van neuropsycholoog Ben Libet was erg belangrijk voor ons in het leren begrijpen van de fysiologie achter inhibitie. Het is ‘het voorkomen van wat niet zou moeten gebeuren’ (Walter Carrington). Inhibitie, en niet direction is het begin van onze means whereby. En inhibitie moet de inhibitie van verstoringen van de supportreflexen omvatten willen we ‘ons werk degelijk doen,’ zoals Chris het zou zeggen, waarbij hij vaak verwees naar Alexander’s inhibitory directions.

Chris begreep de primary control op een manier die ons allen hielp minder doelgericht te zijn en meer bewust te zijn van de means whereby. Hij verklaarde ‘controle’ als een controlelampje in een auto. Het knippert als er iets mis is. Als de dynamische verbinding tussen het hoofd, de nek en de rug weg is, dan weten we iets, namelijk dat er iets mis gaat; we verstoren een deel van het support system ergens tussen de voeten en het hoofd. Hij legde ‘primair’ uit als een beschrijving van prioriteit, niet van tijd. Maar het zou wel eens niet het eerste kunnen zijn waar we op letten, als we ons herinneren dat het lichaam eerst support nodig heeft wil de nek vrijgemaakt worden.  

Ongeacht of we een artiest, wetenschapper of leraar Alexander Techniek zijn, is het van belang om geestelijk en mentaal bewust te zijn van de richting van het leven en van de krachten die de “up” creëren. De psychofysieke houding waar we naartoe moeten gaan is er een van ontvankelijkheid. Dit stelt ons in staat met de aarde in contact te zijn en met de levenskracht die onze levens reguleren, organiseren en inspireren. Door het werk met het Support System voelen velen van ons dat we datgene wat Alexander overbracht dichter naderen en met al ons begrip van deze fysiologie kunnen we, als het nodig is, de mechanismen duidelijker verklaren.

Ik kan het me niet meer voorstellen een Alexander-les te geven zonder eerst de verstoringen in het support systeem te inhiberen.